Historie

hoofdgebouw

In een pandje in het centrum van Haarlem werd in 1759 'De Broederlijke Liefdesbeurs' als een van de eerste coöperatieve uitvaartverenigingen in ons land opgericht. Aan de voorkant, in de 'dienkamer', was eeuwenlang een loket, waar leden wekelijks hun premies van enkele centen brachten, en de administratie werd bijgehouden. Daarachter bevond zich de 'boskamer', de achterkamer, waar het bestuur vergaderde.

Tot 1952 zou deze zogeheten 'begrafenisbus' zelfstandig blijven bestaan. In dat jaar werd ze ingelijfd door 'De Groot-Noordhollandsche van 1845'. Hierdoor werd de 'Liefdesbeurs' achteraf de oudste rechtsvoorganger van Aegon: één van de tientallen begrafenisfondsen, levensverzekeraars, weduwenfondsen, ziekenbussen, schadeverzekeraars, naamloze vennootschappen, onderlingen en verenigingen, waaruit in 1983 uiteindelijk één concern ontstond.

Naam

In de naam Aegon zijn de letters van vijf van de belangrijkste rechtsvoorgangers behouden gebleven: de 'Algemeene Friesche' (1844), de 'Eerste Nederlandsche' (1882), de 'Groot-Noordhollandsche' (1845), de 'Olveh' (1879) en de Nillmij (1859). De Algemeene Friesche, de Groot-Noordhollandsche en de Olveh hadden in 1968 AGO gevormd, de 'Nillmij' en de 'Eerste Nederlandsche' waren in 1969 tot ENNIA samengesmeed.

De naam Aegon werd in 1983, nadat bijna een jaar was onderhandeld over alle aspecten van de fusie tussen de onderlinge AGO en het beursgenoteerde ENNIA, door beide besturen na een gezamenlijke boottocht gekozen. "Er was naar die naam onderzoek gedaan," aldus toenmalig bestuursvoorzitter Kees Storm die namens AGO nauw bij de onderhandelingen was betrokken. "Dat had uitgewezen dat het als een Griekse naam met een chique uitstraling werd gezien: degelijk, keurig en solide."

Fusie

Toen AGO en ENNIA fuseerden werd de combinatie de tweede verzekeraar van Nederland met een gezamenlijke omzet van ruim zeven miljard gulden en een totale personeelsomvang van circa 7.800 personen. Beide ondernemingen opereerden voornamelijk in Nederland, maar hadden in de jaren daarvoor belangen verworven in de Verenigde Staten. Ze hadden vier hoofdredenen om samen te gaan. Ze wilden door de fusie hogere omzetten binnen bereik brengen, de kosten verminderen, verder internationaliseren en zich een betere positie op de kapitaalmarkt verschaffen.

Internationalisering

Deze vier uitgangspunten zijn altijd de pijlers onder de strategie van Aegon gebleven. Door spectaculaire acquisities, onder meer van Scottish Equitable en Royal Guardian in Groot-Brittannië en van Providian en Transamerica in de Verenigde Staten, heeft Aegon de afgelopen jaren internationaal sterk aan kracht en betekenis gewonnen. Behalve in Nederland is de Aegon Group nu actief in Noord-Amerika (Verenigde Staten en Canada), Europa (Groot-Brittannië, Duitsland, Spanje en Hongarije) en het Verre Oosten (Taiwan, China en India).